◆ Kamervraag· 2026Z09744Open
De nieuwe CMIP7-klimaatscenario’s, het niet langer opnemen van een SSP5-8.5-achtig high-endscenario en de gevolgen daarvan voor Nederlands klimaatbeleid en de Bonaire-zaak
D.J. van den BergJA2113 mei 2026
Bekijk op tweedekamer.nlNederland gebruikt nieuwe internationale klimaatmodellen. Deze modellen zijn minder extreem. Daarom verandert de aanpak van klimaatrisico's, ook voor Bonaire.
Nieuwe klimaatberekeningen veranderen de risicoanalyse, wat directe gevolgen heeft voor de kosten en urgentie van kustverdediging en klimaatadaptatie.
Er wordt gekeken naar nieuwe internationale klimaatmodellen die minder extreme scenario's gebruiken dan voorheen. Dit heeft invloed op hoe Nederland de risico's van klimaatverandering inschat en hoe we hiermee omgaan in het beleid, ook voor Bonaire.
Nieuwe klimaatberekeningen veranderen de risicoanalyse, wat directe gevolgen heeft voor de kosten en urgentie van kustverdediging en klimaatadaptatie.
Jouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Bent u bekend met het bericht in de Volkskrant «IPCC schrapt rampscenario: opwarming hooguit nog «maar» 3,5 graden in 2100» 1 en met het recent gepubliceerde peer-reviewed artikel van Van Vuuren et al., The Scenario Model Intercomparison Project for CMIP7 (ScenarioMIP-CMIP7) , in Geoscientific Model Development 2 ?
V2Kunt u bevestigen dat de auteurs stellen dat de hoge emissieniveaus uit CMIP6, gekwantificeerd als SSP5-8.5, voor de 21 e eeuw niet langer plausibel zijn, mede door kostentrends voor hernieuwbare energie, de opmars van kernenergie, bestaand klimaatbeleid en recente emissietrends?
V3Kunt u bevestigen dat de temperatuurprojecties in het artikel voor de voorgestelde CMIP7-scenarioset uitkomen op een bandbreedte van ongeveer 1,5 graden tot bijna 3,5 graden opwarming in 2100 ten opzichte van 1850–1900, terwijl IPCC AR6 voor SSP5-8.5 voor 2081–2100 een schatting van 4,4 graden rapporteerde, met een zeer waarschijnlijke bandbreedte van 3,3 tot 5,7 graden?
V4Kunt u bevestigen dat de recente scenarioherijking niet alleen de bovenkant van de scenariobandbreedte raakt, maar dat de auteurs ook aangeven dat meerdere zeer lage CMIP6-emissietrajecten inmiddels niet meer consistent zijn met waargenomen trends in de periode 2020–2030?
V5Deelt u de opvatting dat deze ontwikkeling vraagt om een scherper onderscheid tussen scenario’s, prognoses, plausibiliteit, waarschijnlijkheid, stresstests en beleidsreferenties in kabinetsstukken en publieke communicatie?
V6Deelt u de opvatting dat klimaatbeleid moet worden gebaseerd op realistische scenario’s en niet mag worden gedomineerd door scenario’s die niet langer als realistische beleidsbasis gelden?
V7Bent u bereid voortaan bij grote klimaat- en energiebesluiten expliciet te vermelden op welk klimaatscenario of welke scenariobandbreedte het besluit is gebaseerd, welk zichtjaar wordt gebruikt, of het gaat om een centrale beleidsreferentie of om een stresstest, en wat dit betekent voor de inschatting van kosten, baten en risico’s?