Er wordt gekeken naar de vraag of gemeenten publiek geld mogen uitgeven aan iftarmaaltijden tijdens de ramadan. De discussie gaat over de vraag of deze bijeenkomsten echt bijdragen aan integratie of dat het gaat om religieuze steun.
Het gebruik van belastinggeld voor religie-gerelateerde maaltijden roept vragen op over neutraliteit en de effectiviteit van integratiebudgetten.
Er wordt gekeken naar de vraag of gemeenten publiek geld mogen uitgeven aan iftarmaaltijden tijdens de ramadan. De discussie gaat over de vraag of deze bijeenkomsten echt bijdragen aan integratie of dat het gaat om religieuze steun.
Het gebruik van belastinggeld voor religie-gerelateerde maaltijden roept vragen op over neutraliteit en de effectiviteit van integratiebudgetten.
V1Hoe beoordeelt u het bericht dat de grootste gemeenten in Nederland tienduizenden euro’s aan publieke middelen hebben besteed aan het organiseren of faciliteren van iftarbijeenkomsten, en dat deze uitgaven zijn verantwoord onder begrotingsposten als «ontmoetingen» en «integratie»? 1
V2Onder welke begrotingsposten zijn deze uitgaven door de betreffende gemeenten precies verantwoord, en hoe waarborgt u dat het wegschrijven van uitgaven voor religieuze bijeenkomsten onder neutrale noemers als «ontmoeting», «verbinding» of «integratie» de democratische controle door de gemeenteraad niet bemoeilijkt?
V3Welke meetbare integratiedoelstellingen liggen ten grondslag aan de gemeentelijke financiering van iftarbijeenkomsten, en op basis van welke evaluaties of effectmetingen is vastgesteld dat deze bijeenkomsten aantoonbaar bijdragen aan taalverwerving, arbeidsparticipatie of maatschappelijke zelfredzaamheid?
V4In hoeverre kan worden uitgesloten dat bij de door gemeenten gefinancierde iftars organisaties betrokken zijn die geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd vanuit het buitenland, bijvoorbeeld door Turkije (Diyanet/ISN), Saoedi-Arabië, Qatar of andere staten, en welk toezicht bestaat hierop?
V5Hoe verhoudt de structurele financiering van iftarbijeenkomsten door gemeenten zich tot het grondwettelijke beginsel van scheiding van kerk en staat, mede in het licht van de uitspraak van uw voorganger bij de beantwoording van eerdere Kamervragen dat de overheid «geen geloof of wijze van geloofsbelijdenis mag voortrekken»? 2
V6In welke omvang en frequentie financieren dezelfde gemeenten bijeenkomsten die verbonden zijn aan andere religieuze tradities, zoals het christendom, het jodendom of het hindoeïsme, en hoe verklaart u een eventueel verschil met de financiering van islamitische bijeenkomsten?
V7Hoe beoordeelt u het feit dat iftarbijeenkomsten naar hun aard religieuze handelingen omvatten – zoals gebeden en Koranrecitatie – terwijl gemeenten dergelijke bijeenkomsten presenteren en financieren als neutrale «ontmoetingen»?
V8Op welke wijze draagt het faciliteren van religieus-culturele bijeenkomsten die primair gericht zijn op de eigen gemeenschap bij aan werkelijke integratie – het leren van de Nederlandse taal, het verwerven van economische zelfstandigheid en het internaliseren van democratische waarden – en hoe weegt u dit af tegen het risico dat dergelijke financiering juist gescheiden religieuze gemeenschappen bevestigt en institutionaliseert?
V9Hoe verhoudt de gemeentelijke financiering van religieuze maaltijden zich tot het kabinetsbeleid dat inzet op assimilatie – het overnemen van de Nederlandse taal, normen, waarden en gebruiken – in plaats van het accommoderen van religieuze en culturele praktijken uit het land van herkomst?
V10Hoe beoordeelt u het risico dat door de overheid gefinancierde iftars bijdragen aan het ontstaan van parallelgemeenschappen, waarin de band met het land van herkomst en de eigen religieuze gemeenschap wordt versterkt ten koste van deelname aan de bredere Nederlandse samenleving?
V11Hoe weegt u de zorg van een substantieel deel van de Nederlandse bevolking dat de toenemende institutionalisering van islamitische rituelen in het publieke domein – inclusief door de overheid gefinancierde iftars op ministeries, bij de Nationale Politie en in publieke gebouwen – bijdraagt aan een ervaring van culturele verdringing?
V12Op welke wijze geeft het structureel financieren van iftars door overheden – terwijl vergelijkbare faciliteiten voor andere levensbeschouwelijke tradities achterwege blijven – een signaal van ongelijkheid af, en hoe beoordeelt u de gevolgen hiervan voor het maatschappelijke draagvlak voor integratie? Toelichting: Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Schilder (Groep Markuszower), ingezonden 30 maart 2026 (vraagnummer 2026Z06485 ) X Noot 1 De Telegraaf, 30 maart 2026, «Grootste gemeenten gaven tienduizenden euro’s uit aan iftars, gepresenteerd als «ontmoetingen» en «integratie»: «Hoeven ze niet te doen»», https://www.telegraaf.nl/binnenland/grootste-gemeenten-gaven-tienduizenden-euros-uit-aan-iftars-gepresenteerd-als-ontmoetingen-en-integratie-hoeven-ze-niet-te-doen/144696098.html X Noot 2 Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 16 X Noot 1 De Telegraaf, 30 maart 2026, «Grootste gemeenten gaven tienduizenden euro’s uit aan iftars, gepresenteerd als «ontmoetingen» en «integratie»: «Hoeven ze niet te doen»», https://www.telegraaf.nl/binnenland/grootste-gemeenten-gaven-tienduizenden-euros-uit-aan-iftars-gepresenteerd-als-ontmoetingen-en-integratie-hoeven-ze-niet-te-doen/144696098.html X Noot 2 Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 16