◆ Kamervraag· 2024Z15431Beantwoord
Het onderzoek naar Klassenjustitie in Nederland
Michiel van NispenSP9 okt 2024
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Wat is uw definitie van klassenjustitie (in de strafrechtketen)?
V2Herinnert u zich het eerdere onderzoek naar klassenjustitie in Nederland, uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) naar aanleiding van mijn motie 1 , waarin de conclusie was dat het aannemelijk is dat klassenjustitie in Nederland overal voor kan komen maar dat het aantonen van klassenjustitie erg moeilijk is en nader onderzoek zou vergen?
V3Erkent u dat het onderzoek van NOS op 3 en Investico voor De Groene Amsterdammer 2 grondig is aangepakt? 3
V4Bent u geschrokken van de bevinding uit het onderzoek, op basis van veel data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waaruit blijkt dat een praktisch opgeleide verdachte met een migratieachtergrond voor hetzelfde misdrijf er slechter vanaf komt dan iemand met een theoretische opleiding zonder migratieachtergrond? Wat vindt u ervan dat bij iemand met deze kenmerken het Openbaar Ministerie (OM) vaker over gaat tot vervolging, de rechter vaker schuldig verklaart en diegene vaker naar de gevangenis wordt gestuurd? 5. Wat is uw reactie op de volgende bevindingen uit het onderzoek: – dat een laagopgeleide verdachte met een migratieachtergrond bijna drie keer zoveel kans heeft om gevangenisstraf te krijgen als iemand zonder migratieachtergrond die een hbo- of wo-studie heeft gedaan; – dat dit geldt voor alle misdrijven samen, maar hetzelfde patroon gezien wordt voor alle vijftien delicten afzonderlijk waar naar gekeken is; – dat vooral opleiding belangrijk blijkt: hoe lager je opleiding, hoe groter de kans op gevangenisstraf. Als je een mbo-opleiding hebt gevolgd heb je voor hetzelfde delict bijna twee keer zoveel kans om naar de gevangenis gestuurd te worden als wanneer je naar de hogeschool of universiteit bent geweest?
V5Wat is uw reactie op de opmerkingen van cultureel antropoloog Sinan Çankaya, die binnen het strafrecht «een soort onbedoelde, bijna systemische structurele ongelijkheid [ziet] die ertoe leidt dat mensen die laagopgeleid zijn, die geen baan hebben, maar ook die het Nederlands niet goed beheersen of ongedocumenteerd zijn, juist harder worden gestraft om redenen waar ze niet onmiddellijk iets aan kunnen doen»? Deelt u met hem de mening dat dit natuurlijk heel vreemd is omdat de instituties die bedoeld zijn om iedereen eerlijk te behandelen nu bevoorrechte groepen in de samenleving beschermen?