◆ Kamervraag· 2023Z14244Beantwoord
Waarschuwingsbrieven van het Openbaar Ministerie (OM) en de onwenselijkheid van omdraaiing van de bewijslast in het strafrecht.
Joost SnellerD6624 aug 2023
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Wat is uw reactie op de berichten dat vorige maand 176 mensen een «waarschuwingsbrief» hebben ontvangen van het OM, omdat zij volgens het OM een misdrijf hebben begaan door «op 5 november 2022 (...) tijdens een demonstratie op de luchthaven Schiphol aanwezig geweest» te zijn? 1
V2Kunt u toelichten wat de precieze juridische status en (rechts)gevolgen (bijvoorbeeld vermelding op justitiële documentatie, opname in bepaalde databanken) van deze brieven zijn? Is eerst onderzocht of betrokkenheid bij een strafbaar feit kon worden vastgesteld, waarna de waarschuwingsbrieven zijn gestuurd of heeft iedereen die zogenaamd kon worden geïdentificeerd een brief ontvangen?
V3Kunt u gedetailleerd toelichten op welke wijze door de Koninklijke Marechaussee (KMAR) is vastgesteld wie bij deze demonstratie aanwezig waren? Waarom is gekozen voor deze wijze van opsporen? Is hierover overleg geweest met het OM? Zo ja, wat is daaruit gekomen? Zo nee, waarom is het OM hier niet bij betrokken?
V4Kunt u specifiek ingaan op de wijze waarop eventueel gebruik is gemaakt van gezichtsherkenningstechnologie om deze aanwezigheid vast te stellen? Zo ja, kunt u nader toelichten welke foutmarge deze technologie kent, op welke wijze door mensen een verificatie op de uitkomst gedaan is en op welke juridische grondslag een en ander gebeurd is? Is het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) betrokken bij het trekken van conclusies op basis van de beelden en zo nee, waarom niet?
V5Wordt de werkwijze van identificatie zoals die bij de demonstratie is gehanteerd ook in andere situaties gehanteerd? Zo ja, in welke en zo nee, waarom niet? Hoe is de logging hiervan met oog op de vaststelling van betrouwbaarheid/bruikbaarheid in een latere fase voor de officier van justitie of rechter?
V6Kunnen verdachten geïdentificeerd worden door middel van openbare bronnen, zoals naar waarderingen (likes) en reacties op social media platformen waarna er foto’s gematcht worden? Vindt u dit een strafvorderlijk verantwoorde wijze van identificatie en opsporing? Gebeurt dit vaker op deze manier? Kunt u uw antwoord toelichten?