◆ Kamervraag· 2023Z11779Beantwoord
Het rapport Vrijheid van Godsdienst Wereldwijd 2023 van Kerk in Nood
Derk BoswijkCDA23 jun 2023
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Bent u bekend met het rapport «Vrijheid van Godsdienst Wereldwijd 2023» van Kerk in Nood, waarin de ontwikkelingen in de laatste twee jaar ten aanzien van vrijheid van godsdienst in de wereld worden geschetst?
V2Hoe beoordeelt u de belangrijkste bevindingen in het rapport, namelijk dat: a) religieuze minderheden zich in een steeds slechtere situatie bevinden; b) straffeloosheid over de hele wereld is toegenomen, en in 36 landen aanvallers zelden of nooit worden vervolgd voor hun misdaden; c) het (relatieve) stilzwijgen van de internationale gemeenschap richting regimes die van strategisch belang zijn, zoals China en India, bijdraagt aan deze straffeloosheid; en d) er nu ook gevallen zijn waar religieuze meerderheidsgemeenschappen worden vervolgd, zoals de christenen in Nicaragua en Nigeria?
V3Wat ziet u zelf als de belangrijkste en/of meest alarmerende ontwikkelingen op het terrein van godsdienstvrijheid en specifiek van christenvervolging?
V4Herkent u de bevinding dat in Nigeria – waar bijna 95% van de politieke en militaire macht op federaal niveau in handen is van moslims terwijl ongeveer de helft van de bevolking christen is – stelselmatige overheidsdiscriminatie tegen christenen plaatsvindt? Zo ja, wilt u dit aankaarten bij de Nigeriaanse overheid?
V5Heeft (de aanklager van) het Internationaal Strafhof (ICC) inmiddels verdere stappen gezet in het vooronderzoek naar gewelddadigheden, oorlogsmisdrijven en/of misdrijven tegen de menselijkheid in Nigeria, waaronder tegen christenen? Zo nee, wilt u hier bij het ICC op aandringen, en de Kamer nader inlichten over de resultaten van deze inspanningen?
V6Herkent u de zorg dat jihadistische activiteiten zich vanuit de Sahel-regio (rond het Tsjaadmeer, Mozambique en Somalië) uitbreiden naar buurlanden, en wat betekent deze ontwikkeling voor ons buitenlandbeleid en voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB)?