◆ Kamervraag· 2022Z15451Beantwoord
Puntief onderzoek door de IGJ ten aanzien van de voorganger van Baptistengemeente De Rank
Wybren van HagaBVNL5 aug 2022
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Heeft u kennisgenomen van het feit dat de onder uw verantwoordelijkheid staande Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) het voornemen heeft geuit een boete op te leggen aan predikant Rennie Schoorstra van Baptistengemeente De Rank in Alkmaar wegens overtreding van de Geneesmiddelenwet, omdat de IGJ meent geloofsovertuigingen die de predikant in de uitoefening van zijn ambt gedurende een godsdienstoefening heeft gedaan te mogen aanmerken als ongeoorloofde reclame voor een geneesmiddel?
V2Op welke wijze is er een klacht ontvangen, gezien IGJ stelt dat er een klacht is ontvangen? Stimuleert de IGJ op enigerlei wijze het indienen van klachten?
V3Bent u zich ervan bewust dat de vrijheid van godsdienst is opgenomen in de Grondwet en in verschillende mensenrechtenverdragen waarbij Nederland partij is, en dat dit dus betekent dat leden van een geloofsgemeenschap, en meer in het bijzonder de voorganger, een grote mate van vrijheid genieten in het belijden en verkondigen van hun overtuigingen? Zo ja, hoe rijmt u dat met het doen van punitief onderzoek naar vermeende reclame gedurende de godsdienstoefening?
V4Erkent u dat de beslissing om onderzoek te doen naar geloofsuitingen binnen een geloofsgemeenschap ingrijpend is en daarom niet lichtvaardig mag worden genomen? Bent u vooraf van dit onderzoek in kennis gesteld en heeft u daarmee ingestemd? Zo nee, waarom niet? Op welk ambtelijk niveau is de beslissing dan wel genomen?
V5Erkent u dat het geloofsgemeenschappen vrij staat te geloven dat bepaalde nutriënten en geneesmiddelen, waaronder ivermectine, heilzaam kunnen werken bij Covid-19, ook al is uw departement niet overtuigd door de uitvoerige wetenschappelijke literatuur en ervaringen van artsen die dit geloof ondersteunen?
V6Erkent u dat het geloofsgemeenschappen vrij staat zich binnen hun kring ook feitelijk te gedragen overeenkomstig hun overtuigingen?