◆ Kamervraag· 2022Z13217Beantwoord
De juridische status van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), het feit dat de reductiedoelen daarin nu hoger zijn dan de reductiedoelen in
Pieter OmtzigtNSC27 jun 2022
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Beschouwt u de startnotitie voor het NPLG, en de daarin opgenomen doelen met betrekking tot stikstofreductie, na het Kamerdebat en eventuele aangenomen moties als «vastgesteld»? In hoeverre is het tijdschema dat staat opgenomen op p. 3 van de begeleidende Kamerbrief van 10 juni jongstleden nog actueel? 1
V2Wat is de juridische status van de stikstofambitie uit het NPLG (te weten 74% van de Natura gebieden onder de Kritische DepositieWaarde (KDW) in 2030)? Geldt voor deze norm een inspannings- of resultaatsverplichting?
V3Vindt u het zorgvuldig om de startnotitie NPLG met ambitieuze en ingrijpende doelen vast te stellen, zonder: – de sociale, economische en regionale gevolgen van deze ambitie te kennen; – concreet zicht te bieden op maatregelen die de agrarische sector perspectief bieden (verdienmodel, agrarisch natuurbeheer, compensatie, …); – zicht te hebben op de aanvullende opgaven die nog kunnen voortvloeien uit de Kaderrichtlijn water en de klimaatopgave; – provincies duidelijkheid te bieden over de beleidsmatige en financiële kaders waarbinnen zij hun gebiedsgerichte plannen moeten opstellen; – een adequate voedselzekerheidsstrategie te hebben gepresenteerd?
V4Waarom omarmt u in het NPLG op voorhand een doelstelling die verder gaat dan de huidige Wet natuurbeheer, waarin als resultaatsverplichting is opgenomen dat in 2030 50% van de Natura-gebieden onder de KDW moet zijn gebracht?
V5Is er een wettelijke basis om de provincies en de boeren de norm in het regeerakkoord op te leggen (74%) terwijl de wet toch echt een lagere norm aangeeft (50%)? Zo ja, wat is die basis? Zo nee, vervalt dan niet de juridische en verplichtende basis onder het NPLG?
V6Indien de wettelijke norm en de norm in een beleidsnota niet overeenkomen, welke norm is dan van kracht?