◆ Kamervraag· 2016Z19787Beantwoord
Niet uitbetalen betalingsrechten en behandeling bezwaren
Elbert DijkgraafSGP28 okt 2016
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Bent u bekend met het bericht «RVO: 4.500 bezwaren nog niet afgehandeld»? 1
V2Bevestigt u dat 45% van de bezwaren geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard? Zo ja, betreft het hier niet relatief veel foutieve beschikkingen en had u dat kunnen voorkomen?
V3Bevestigt u dat afhandelingstermijnen van nog af te handelen bezwaren over beschikkingen betalingsrechten eenzijdig zijn aangepast? Zo ja, kunt u toelichten of dit juridisch is toegestaan?
V4Op welke termijn verwacht u de nog circa 4.500 lopende bezwaren af te hebben gehandeld?
V5Hoe verhoudt zich het nog grote aantal lopende bezwaren die nog aanleiding zullen geven voor uitbetalingen tot uw opmerking dat de betalingsrechten 2015 voor 15 juli 2016 volledig afgehandeld zijn? 2
V6Vindt u het rechtvaardig om landbouwers met betalingsrechten zo lang op hun geld over het jaar 2015 te laten wachten? Vindt u ook dat dit tot onzekerheid leidt wat onwenselijk is voor de bedrijfsvoering?
V7Wanneer doet u uw toezegging, gedaan naar aanleiding van de motie Geurts c.s. 3 , die verzoekt betalingsrechten in december van dat jaar en uiterlijk januari van het volgende jaar uit te betalen, gestand om de Kamer te informeren over de planning van de betalingsrechten 2016?
V8Ziet u erop toe dat de betalingsrechten 2016 voor het merendeel, zoals voorafgaand aan 2015, worden uitbetaald in december? Welke voorbereidingen treft u hiertoe?
V9Kunt u de Kamer informeren over de voortgang van de Europese gesprekken, zoals gevraagd in de motie Geurts/Dik-Faber 4 , over de wijziging van de regeling voor extra directe betaling voor jonge boeren? Wanneer is hierover overleg gevoerd of is dit geagendeerd? X Noot 1 Boerderij, 21 oktober 2016. X Noot 2 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 30 X Noot 3 Kamerstuk 21 501-32, nr. 905 X Noot 4 Kamerstuk 21 501-32, nr. 929