◆ Kamervraag· 2014Z21359Beantwoord
Het goed samen gaan van natuur en veehouderij
Rudmer HeeremaVVD21 nov 2014
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Kent u het artikel «Natuur en veehouderij gaan goed samen»? 1
V2Het bericht gaat in op het rapport «Toepassing van stenoeciteit voor ruimtelijke beleidsvraagstukken, een advies aan EZ», waarin een onderzoeksteam van Alterra van Wageningen UR en de Dienst Landelijk Gebied tot de conclusie komen dat de verwevenheid van landbouw en natuur niet leidt tot een negatief effect op de natuur; Deelt u deze conclusie? Zo ja, hoe neemt u deze mee in het beleid? Zo nee, waarom niet?
V3Het rapport stelt dat er «geheel tegen de verwachting in» geen correlatie blijkt te zijn tussen natuurkengetallen over de flora en de landbouwkengetallen; op welke verwachting is deze uitspraak in het rapport gebaseerd? Deelde u deze verwachting? Graag een toelichting.
V4Uit het onderzoek, dat plaats vond in Noordoost-Twente, een gebied met een relatief grote verwevenheid tussen waardevolle landbouw en waardevolle natuur, valt af te leiden dat de verwevenheid tussen landbouw en natuur een niet aanwijsbaar negatief effect heeft op de landbouw en/of de natuur; verwacht u dat deze conclusie representatief is voor andere delen in Nederland waar landbouw en natuur verweven zijn? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor het beleid? Zo nee, waarom niet?
V5Bent u bereid om middels een vervolgonderzoek te analyseren of de conclusies uit het onderzoek in Noordoost-Twente van toepassing zijn voor de rest van Nederland? Zo ja, binnen welke termijn kan de Kamer de resultaten hiervan verwachten? Zo nee, waarom niet?
V6In het rapport valt te lezen dat de biodiversiteit omvangrijker is naarmate de milieuvariatie toeneemt; kunt u bevestigen dat de milieuvariatie belangrijker is voor de biodiversiteit dan de stikstofdepositie? Waar baseert u het antwoord op?
V7Onderschrijft u de bevinding in het rapport dat een relatief grote verwevenheid tussen waardevolle landbouw en waardevolle natuur niet tot conflicten met eenzijdige verliezen hoeft te leiden, en aangrijpingspunten biedt voor een vervolgonderzoek op de «aanvankelijk teleurstellende bevinding dat er geen correlatie gevonden is tussen stenoeciteit en de hoeveelheid gehouden melkvee»? Zo ja, is het gebruikelijk dat wanneer een uitkomst teleurstellend is aanvullend onderzoek wordt gedaan?