◆ Kamervraag· 2010Z16954Beantwoord
Eergerelateerd geweld
Khadija AribPvdA17 nov 2010
Bekijk op tweedekamer.nlJouw stem · kamervraag
Jouw stem · kamervraag
Stem· kamervraag
Nog geen stemmen — wees de eerste.
Vragen
V1Hebt u kennisgenomen van de documentaire «code rood» 1 over slachtoffers van eergerelateerd geweld?
V2Kunt u aangeven welke maatregelen u van plan bent te nemen om slachtoffers van eergerelateerd geweld beter te beschermen en de daders die hierbij betrokken zijn op te sporen en te vervolgen?
V3Wat is uw mening over het feit dat het altijd de slachtoffers zijn die moeten vluchten, en de daders in veel gevallen vrij rondlopen?
V4Is het waar dat slachtoffers van eergerelateerd geweld nog steeds niet altijd de opvang en de hulp krijgen die zij nodig hebben, en dat instellingen – zoals jeugdzorg, scholen en andere hulpverlenende instanties – nog steeds niet weten hoe zij met signalen van eergeralateerd geweld moeten omgaan? Op welke manier gaat u bewerkstelligen dat deze instanties adequaat handelen bij eergerelateerd geweld? Op welke manier wordt specifieke deskundigheid door deze instanties verworven?
V5Kunt u aangeven hoeveel gevallen van eergerelateerd geweld jaarlijks bekend zijn? Wordt eergerelateerd geweld door de politie en het steunpunt huiselijk geweld apart geregistreerd?
V6Herinnert u zich de mondelinge vragen van het lid Arib over de specifieke opvang Zahir en Eva? 2 Wat is er sindsdien gebeurd om de opvang van slachtoffers van eergerelateerd geweld uit te breiden?
V7Kent u de toezegging van uw ambtsvoorganger dat in maart 2010 3 een evaluatie van beide projecten naar de Kamer zou worden toegezonden? Zo ja, waarom is dit nog steeds niet gebeurd? Bent u bereid de evaluatie zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen?
V8Bent u bereid de pilots Zahir en Eva die de opvang, hulp en behandeling aan slachtoffers van eergerelateerd geweld bieden structureel te financieren en de opvang uit te breiden? X Noot 1 NCRV, 10 november 2010. X Noot 2 Handelingen Tweede Kamer, Vergaderjaar 2009–2010, nr. 16. X Noot 3 Kamerstuk 30 388, nr. 35 .